Historie van het kantklossen in 's Gravenmoer.
Rond 1365 is het dorp 's Gravenmoer ontstaan op de plaats waar graaf Floris V een aantal moeren (moerassen) liet ontginnen door Steven van Waalwijk. De turf die in dit gebied werd gestoken, werd met aken of geubels vervoerd. Eeuwen lang was dit de voornaamste bron van inkomsten. In de 17e eeuw was er al kantwerk in 's Gravenmoer. Een van de bekendste motieven uit de 's Gravenmoerse kant is dan ook het bootje.

Helaas zijn er tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) veel archiefstukken verloren gegaan door het oorlogsgeweld. Toch bleven er zelfs na de grote brand  in 1672, waarbij bijna het hele dorp af brande, nog enige archiefstukken bewaard waaruit blijkt dat men in die tijd al kanten maakten.

Het kantklossen was een echte huisindustrie. Meisjes leerden al vroeg klossen. In 1819 klosten in 's Gravenmoer negentig vrouwen en zestig meisjes. In ieder huis was wel een kantwerkster te vinden. De kant die zij produceerden werd met de turfschepen o.a. naar de Zuid-Hollandse eilanden meegenomen en daar verkocht.
Aan het eind van de 19e eeuw waren er nog maar vijftig kantwerksters in het dorp over. In 12 tot 16 uur werk maakten zij ongeveer een el kant (+/- 70 cm). Hiermee verdienden zij gemiddeld 3,1 cent per uur. Dit blijkt uit een onderzoek uit 1914.
De schuine netslag.
's Gravenmoer staat in de kantwereld voornamelijk bekend om de mutsenkanten die in de 19e eeuw gemaakt zijn. Typerend voor deze kant zijn de bijzondere motieven zoals: de boot, het molenwiekje, de knipschaar en het perkinneke.
Ook bijzonder is het gebruik van de schuine netslag. De speciale werkwijze hiervan wordt onder het hoofdstuk eigenschappen van deze website verder uitgelegd.
De rechte katoenen stoken kant  werden gebruikt voor de streekdachten van de minder draagkrachtige bevolking van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. Omdat de             's Gravenmoerse kant in vergelijking met de Beverse en Rijselse kant minder kostbaar was noemde men deze kant ook wel pietekant.
Ook in andere landen wordt de schuine netslag in Stropkant gebruikt. Maar juist de combinatie van schuine netslag en de bijzondere motieven leveren de 's Gravenmoerse kant op.  
In het begin van de 20e eeuw werden er geen mutsenkanten meer geklost. Er ontstonden de zogenaamde nakanten. Deze waren smaller en andere kantsoorten beïnvloedden de traditionele patronen. Rond deze tijd richtte men diverse kantscholen op, om het kantklossen meer onder de aandacht te brengen. De eerste kantschool in 's Gravenmoer was "het Kantkloske". Mejuffrouw Waalberg kreeg hier de leiding. Alle meisjes vanaf twaalf jaar die voldoende kennis hadden van lezen, rekenen en schrijven hadden toegang tot de school. Men leerde er Torchon, Cluny, Duchesse en Valenciennes kanten. In 1918 kreeg de school de naam "Brabantia" en tien jaar later sloot de school zich aan bij "Het Molenwiekje" uit Noord-Holland. Deze vereniging gaf ook les in Elburg, Goes en Voorne-Putten. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zorgde dat er een einde kwam aan het kantwerk in 's Gravenmoer.

In 1983 is in 's Gravenmoer onze kantkring opgericht onder de naam "Het Molenwiekje". Tot op heden zijn er nog maandelijks bijeenkomsten van onze kring waarop de leden klossen en ervaringen uitwisselen.  
.
Meer informatie over de geschiedenis van het dorp 's Gravenmoer vindt u op de site van heemkundekring "Des Graven Moer".
Op het kruispunt aan de Havenkade in 's Gravenmoer staat vanaf 5 september 2008 een kunstwerk van Vera Merkx. Dit kunstwerk geeft de historische band van het dorp 's Gravenmoer met de traditie van het kantklossen weer. Burgemeester Dirven van de gemeente Dongen verrichtte samen met mevr. Kessels, voorzitster van kantkloskring Het Molenwiekje, de openings handeling .